SlijtersUnie vraagt tevergeefs om handhavend optreden tegen Sligro

17 jul 2017

 

De SlijtersUnie heeft de burgemeester van ‘s-Hertogenbosch verzocht om handhavend op te treden tegen Sligro, omdat Sligro volgens haar in strijd met de Drank- en Horecawet handelt door zonder vergunning particulieren alcohol te laten proeven en te verkopen.

De burgemeester heeft het verzoek van de SlijtersUnie [ook in bezwaar] afgewezen, omdat de Drank- en Horecawet niet van toepassing is op een groothandel. Er is volgens de burgemeester geen sprake van een slijtersbedrijf en ook niet van een horecabedrijf en daarom is er geen vergunning nodig en is er geen sprake van een overtreding.

De SlijtersUnie is het met de beslissing op bezwaar van de burgemeester oneens en gaat in beroep. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de SlijtersUnie een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht [Awb] is. De burgemeester is daar in eerste instantie vanuit gegaan door inhoudelijk [in bezwaar] op het handhavingsverzoek te beslissen. Sligro is van mening dat dat ten onrechte is gebeurd en op de zitting bij de rechtbank heeft ook de burgemeester het standpunt ingenomen dat de SlijtersUnie geen belanghebbende is bij het verzoek om handhaving.

Om als belanghebbende in deze zaak te kunnen worden aangemerkt, is in elk geval vereist dat de leden van de SlijtersUnie in hetzelfde marktsegment werkzaam zijn als Sligro. De rechtbank beantwoordt deze vraag negatief  en neemt daarbij onder meer in aanmerking dat Sligro zich nadrukkelijk niet op particulieren richt. De leden van de SlijtersUnie zijn dus naar het oordeel van de rechtbank niet werkzaam in hetzelfde marktsegment als Sligro.

Dit betekent dat de belangen van de SlijtersUnie niet rechtstreeks zijn betrokken bij de beslissing op haar verzoek om handhaving. Aangezien alleen een belanghebbende een aanvraag kan doen in de zin van de Awb, was het verzoek van de SlijtersUnie geen aanvraag in de zin van die wet. Dat betekent vervolgens ook dat de beslissing daarop geen besluit was in de zin van de Awb, en daartegen kon dus ook geen bezwaar worden gemaakt. De burgemeester had het bezwaar van de SlijtersUnie tegen de afwijzing van haar verzoek om handhaving dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren, in de plaats daarvan inhoudelijk te beslissen.

Om die reden is het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond en de rechtbank die zelf in de zaak voorziet, doet wat de burgemeester in bezwaar had moeten doen, namelijk het bezwaar van de SlijtersUnie alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

Indien een oplettende lezer zich nu afvraagt of er überhaupt door de rechtbank een oordeel is geveld of Sligro wel of niet in strijd met de Drank- en Horecawet heeft gehandeld door zonder vergunning particulieren alcohol te laten proeven en te verkopen, luidt het antwoord hierop, neen.  Deze uitspraak illustreert feilloos de werking van het bestuursprocesrecht waarin altijd het voorportaal van het zijn van belanghebbende bij een bestreden besluit moet worden gepasseerd wil vervolgens de eigenlijke inhoudelijke kwestie worden beoordeeld. Ook geldt de les dat zelfs al krijgt men die inhoudelijke beoordeling in bezwaar, dit nog niet betekent dat in beroep bij de rechter de kwestie niet alsnog op formeel juridische gronden kan worden afgedaan en waarmee in dit geval ongetwijfeld tot spijt van de SlijtersUnie, een inhoudelijke toets door de rechter achterwege blijft.

Zie volledige uitspraak.

Zie ook branche AgriFood

Gelieve dit veld leeg te laten.