Gebruiken van foto’s van internet, het blijft oppassen!

09 aug 2018

Meer en meer is algemeen bekend dat het niet is toegestaan om zomaar foto’s van internet [al dan niet via Google] te halen en zelf te gebruiken. Bijvoorbeeld door deze te plaatsen op een website of in een nieuwsbrief. Het auteursrecht van de maker van de foto (of degene aan wie dat is overgedragen) zal dat in de meeste gevallen beletten.

 

Daarop bestaan natuurlijk uitzonderingen, bijvoorbeeld omdat niet iedere foto auteursrechtelijk beschermd is. Zo is bijvoorbeeld nog niet lang geleden bepaald dat een foto van een temperatuurmeter op het dashboard van een auto niet auteursrechtelijk beschermd is, omdat daar door de maker van de foto geen enkele creatieve keuze werd gemaakt. [1]. Over die situatie ga ik het nu echter niet hebben. Waar ik het wel over ga hebben is een verdere complicering van het omgaan met auteursrechtelijk beschermde foto’s van internet. Waren wij er net aan gewend dat de toestemming van de auteursrechthebbende van een foto noodzakelijk is voordat deze foto gebruikt mag worden, blijkt dat ook op die regel weer een uitzondering geldt.

In een recent arrest van het Hof van Justitie van de EU kwam namelijk de vraag ter sprake of het plaatsen van een foto op de website van een school wel was toegestaan, ook al had de maker van de foto deze foto al zonder verdere beperkingen via een andere website online gezet. Het ging om een foto van de stad Còrdoba die een leerling van de al genoemde school had gebruikt op de voorkant van een werkstuk. De leerling had netjes gecheckt of de foto auteursrechtelijk beschermd was en kwam tot de conclusie dat de foto “vrij” was gegeven. Zonder zich van enig kwaad bewust te zijn, plaatste zij de foto op de voorpagina van haar werkstuk en leverde dit in.

Daarmee deed de leerling overigens nog niets fout. Immers, er is een uitzondering voor onderwijs of wetenschappelijke doeleinden, waarbij het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in bepaalde gevallen wel mag. Het ging hier fout toen de school van de leerling het werkstuk inclusief de foto op de voorkant plaatste op de website van de school. Daarmee kwam de foto in het bereik van een nieuw publiek. Immers gaat het om een ander publiek dan dat van de website waarop de foto eerder met toestemming van de fotograaf was geplaatst. Dit is van belang omdat de zogenaamde mededeling aan het publiek een belangrijk element is voor de vraag of een foto al dan niet geplaatst mag worden.

Uit de genoemde uitspraak vloeit voort dat het plaatsen van de foto op de website van de school niet was toegestaan, althans dat de fotograaf het dit de school mocht beletten.

Wat betekent dat nu concreet?

Het betekent dat eenieder die (‘rechtenvrije’) foto’s van internet haalt om deze zelf te gebruiken dat dan nog heel goed gekeken moet worden of er niet sprake zal gaan zijn van een mededeling aan een nieuw publiek. Het plaatsen op bijvoorbeeld de eigen website van een bedrijf zal vermoedelijk steeds leiden tot het doen van een mededeling aan een nieuw publiek. De auteursrechthebbende kan daar een stokje voor steken. Om er dus volledig zeker van te zijn dat het plaatsen van een dergelijke foto kan, dient de toestemming gevraagd te worden aan de auteursrechthebbende.

Tot slot is nog van belang dat het hierbij dus specifiek gaat om de situatie dat een auteursrechtelijk beschermd werk [in dit geval een foto] zelf geplaatst is op een andere website. Het enkel plaatsen van een link naar auteursrechtelijke beschermd materiaal wordt in principe niet gezien als het doen van een mededeling aan een nieuw publiek. De ratio daarachter is dat de controle over wat er wel of niet gebeurd met het auteursrechtelijk beschermde werk, blijft rusten bij de auteursrechthebbende. Immers wordt de originele foto verwijderd van de eerste website, dan is ook de link naar die website niet meer actief.

Kortom, staar je niet blind op zogenaamde “rechtenvrije foto’s”, houd er steeds rekening mee dat er wel degelijk een aanvullende toestemming nodig zal zijn voor het gebruiken van de foto.

 

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNHO:2017:10089